Poëzie

Taal is een belangrijke manier om ons te uiten en woorden geven helpt vaak om te begrijpen. Gedichten doe dat op een eigen manier. Woorden van de dichter kunnen je raken en jou aanspreken verwoorden wat er in je omgaat.

Hieronder een selectie van gedichten die elk op hun eigen wijze raken aan belangrijke levensthema’s.

Een goed gedicht is als een mooie droom,
het trekt je binnen en je merkt het nauwelijks;
Het draagt je moeiteloos door ruimte en tijd,
je kijkt en drinkt in het zicht van de vergetelheid,
en alsof je in je slaap had uitgerust,
word je verfrist van het heldere getij.

 

Emanuel Geibel
Duits dichter 1815-1884

Winter

Winter. Je ziet weer bomen

door het bos, en dit licht

is geen licht, maar inzicht:

er is niets nieuws onder de zon.

 

En toch is ook de nacht niet

uitzichtloos, zolang er sneeuw ligt

is het nooit volledig duister, nee,

er is klaarte van een soort geloof

dat het nooit helemaal donker wordt.

Zolang er sneeuw is, is er hoop.

 

Herman de Coninck

Laat licht

Het wordt al dunner in de lucht en ijler,

korter licht,

lagere zon,

en langzaam komt het naderbij,

het blauwe licht van niet meer bang te hoeven zijn.

Wij kunnen schuilen in eenvoudigheid,

in volheid en warmte van de winter,

het overschatten moe

en dichterbij wanneer de zon is uitgegloeid.

 

Chris. J. van Geel

Winterbos

De bomen staan te slapen

met sneeuwpantoffels aan.

Ze dragen witte mouwen

die glimmen in de zon,

die glanzen in de maan.

 

Diep in hun koude hout

ligt lente opgevouwen.

Daar worden in hun dromen

de jaren doorgebladerd

die komen en die gaan.

 

Judy Elfferich

Kleine stemmen

Sneeuw is regen

die het koud heeft,

druppels

met een jasje aan.

 

Is miljoenen

witte zoenen.

 

Is kleine stemmen

achter de ruiten:

Kom. Kom mee

naar buiten.

 

Gil vander Heyden

Grijs is niet altijd negatief,

het helpt soms juist misschien,

in contrast en perspectief

andere kleuren beter zien.

 

Martin Gijzemijter

Zwijgende man

Wie wat wil zeggen
heeft winter nodig
kale takken zonder blad

Spoor van vogels niet
hun fluiten water
ongenaakbaar hard en glad

Wie dat wil
heeft in zijn ogen iets gespaard
dat kijken heet

Wie dat kan
weet in zijn zwijgen
wat hij zegt
het best bewaard

Bernlef

Nooit heb ik het warm gekregen,

door te piekeren over kou.

Met een muts op daarentegen

zijn mijn oren minder blauw.

 

Martin Gijzemijter

Bijna ongemerkt

vloeit lente over

in zomer van

herfst

naar winter.

 

Bijna ongemerkt

maar immer

exact

als de tijd daar

rijp voor is.

 

Onbekend

Ik leef

‘Ik leef’, zei ik, ‘ik leef en ik hoorde dat ik het zei

maar plots’ling dacht ik: ‘Neen, niet ik maar er leeft ‘iets’ in mij…’.

het is dat wonderbaarlijk ‘iets’ dat zorgt dat ik besta

en ik? nou ja, ik ben er wel

maar ach… ik kom en ga

 

want als mijn ‘tikje’ niet meer slaat dan staat mijn ‘ikje’ stop

maar het grote ‘iets’ dat blijft en blijft

het ‘iets’ dat houdt niet op

 

en of ik zing of fluit of fiets

rechtop zit in mijn bed

ik voel van binnen steeds dat ‘iets’ mij in beweging zet.

Toon Hermans

In gedachten

In een kleurig herfstbos

stond ik stil en wachtte.

Een bladje valt op het mos,

onderbreekt mijn gedachten.

Ik zie de gouden kleuren

en een web van ragfijn draad.

Verwonderd kijk ik ernaar

terwijl ik daar zo stilletjes sta.

Ik laat het mooiste boven komen

en raak het voorzichtig aan.

Zo zou het dan, in mijn dromen

voor eeuwig moeten blijven bestaan.

Els Heldens

Herfst

Tijd van loslaten

wat niet meer past

als bladeren

 

Verdord bruin met broze nerven

je laat ze achter

omdat dat zoveel lichter maakt

 

Diep oranje, geel en rood

een palet aan warme herinneringen

waarvan je met weemoed afscheid neemt

 

Wat rest een stevige stam

diepgeworteld

storm en regen trotserend

 

Een wereld aan nieuwe seizoenen

aan je voeten

 

 

Same Geek

Verdrietig kind,

Verdrietig gedicht

Ik ben de herfst
Ik ben de regen
Ik ben de storm.

Zoek mij maar op,
ik sta in alle gedichten.

Houd mij maar vast,
ik heb het koud en ik ben moe,

en nog zoveel bladeren overal.

Toon Tellegen

Stem van de herfstregen

Wees niet bevreesd wanneer de vlagen gaan

rondom uw huis – het is uw aards verblijf.

Wees niet bevreesd als ziekte u komt slaan –

Uw lichaam was altijd een aards verblijf.

Zonder bekommernis laat u ontgaan

roem, eer en staat, zij zijn een aards bedrijf.

Maar wees bevreesd wanneer de tranen gaan,

de bevende, om wat is aangedaan

door u.

De liefde is uw eeuwig verblijf.

 

Ida Gerhardt

In de herfst

Hol en leeg van verlangen

en de gele amber en bomen

de groene en barnstenen stammen.

 

Het licht hangt stil in de blaren.

 

Mijn hart is te veel geopend,

te veel in het licht gevangen

in de wolken lichte gevaren…

Een pijndoend, schrijnend dromen

weg van mijzelf te komen.

En eigenlijk zo wanhopend.

 

M. Vasalis

Uit: Parken en Woestijnen

Soms, een enkele keer,

met heel veel moeite en voornamelijk toevallig,

lukt het iemand

om met beide armen zijn verdriet te omvatten.

Hij tilt het op

Laat de deur niet op slot zijn nu…

Hij duwt hem open met zijn knie

en loopt met grote breedsporige passen naar buiten.

Kijk uit! roept hij

want het verdriet is zo groot dat hij er niet overheen kan kijken,

en doorzichtig is het nooit.

Ver weg, in een sloot of op een drassige plek

onder populieren

of achter een scheve schutting tussen autobanden,

speelgoed, resten van een vuur,

gooit hij het neer

 

en fluitend loopt hij naar huis.

 

Toon Tellegen

Eigen weg

 

Laat mij nou mijn eigen weg maar gaan
Ook al zijn er heel wat beet’re wegen
Door het dal of door het gebergte gaan
Met de wind mee of met de wind tegen
Op blote voeten of met schoenen aan
Langs de rivier of er doorheen
Stroomopwaarts zal ik moeten gaan
Samen met jou of weer alleen
En ook al weet ik echt niet
Waarheen vandaag mijn weg zal gaan
En waarom ik deze heb genomen
Maar als ik een kathedraal zie staan
Moet ik in de klokkentoren komen
Laat mij nou mijn weg maar gaan
Ook al zijn er heel wat beet’re wegen
Jagend achter de liefde aan
En God wie weet kom ik jou tegen.

 

Liselore Gerritsen (1937-2020)

Wij weten nooit hoe hoog wij zijn tot men ons vraagt te staan. En als het zo is voorbestemd raakt ons formaat de hemel aan –

De heldenmoed door ons verhaald zou niets bijzonders zijn als wij niet voorover bogen uit angst een vorst te zijn.

Emily Dickinson (1830-1886)

Ziekenbezoek

Mijn vader had een lang uur zitten zwijgen bij mijn bed. Toen hij zijn hoed had opgezet zei ik, nou, dit gesprek is makkelijk te resumeren.

Nee, zei hij, nee toch niet, je moet het maar eens proberen.

Judith Herzberg (1934)

O, ik weet het niet

O ik weet het niet, maar besta, wees mooi. 

zeg: kijk een vogel en leer me de vogel zien.

zeg: het leven is een brood om in te bijten en de appels zien rood van plezier, en nog, en nog, zeg iets.

leer me huilen, en als ik huil leer me zeggen: het is niets.

 

Herman de Coninck

Het is hoe je zomer in je hoofd krijgt

je trekt je terug om rust te vinden

een kloostertuin waar contemplatie

tussen stenen voor het oprapen ligt

je legt je hoofd op een verweerde kei

laat het waaien aan zuiden wind

hij verdrijft duistere gedachten

als pluisjes van de paardenbloem

je vangt ze in je hand

dompelt ze onder in koud water

hoe dan het licht zich schikt

van nachtzwart.

 

Frans Terken (1949)

Broos

Vandaag oogt ze 

sterflijker dan ooit

zittend op haar rollator 

in het kind verdwaald

hangen haar fragiele voetjes 

net niet tot aan de grond

 

vandaag drapeert

verwarring haar geheugen

haar wandelkaart sluit

niet langer aan

op de paden die ze

zichzelf toevertrouwde

 

vandaag voert de nacht

haar naar de overkant

diepgevroren wolken

sluieren de maan

zoet kijkt ze me

nog even aan.

 

Méland Langeveld

Uit: Zijwaarts springen

Je mag zijn zoals je bent

om te worden wie je bent,

maar nog niet kunt zijn;

en je mag het worden

op jouw manier

en in jouw tijd.

 

Anna A. Terruwe

Meer

Er is vandaag weer veel meer dan er is,

Maar wat het is, ik kan het je niet zeggen.

Er is geen uitleg voor, niets dan dit inzicht

in een temeer,

een oeroud veel teveel.

Zie ik het niet, ik zie het als tekort

en houdt het op, ik voel het als gemis.

Meer weet ik niet, meer kan ik je niet zeggen.

En die het weten, die vertrouw ik niet.

 

Richard Schuagt (1928-1988)

Levensweg

Vele wegen kent het leven, maar van al die wegen

is er één die jij te gaan hebt.

Die ene is voor jou. Die ene slechts.

En of je wilt of niet, die weg heb jij te gaan.

De keuze is dus niet de weg, want die koos jou.

De keuze is de wijze hoe die weg te gaan.

Met onwil om de kuilen en de stenen

met verzet omdat de zon een

die door ravijnen gaat, haast niet bereiken kan.

Of met de wil om aan het einde van die weg

milder te zijn, en wijzer, dan aan het begin.

De weg koos jou, kies jij ook hem?

Uit steen

Je hebt steen in je handen

houwt er een vogel uit

blaast adem die het lijfje bolt

 

zo verlost valt en valt hij

tuimelt in een vlucht naar beneden

proeft het bloed in zijn veren

 

wiekt dan op cirkelt omhoog

verkent de nacht de opwaartse warmte

een zich wijder openend uitspansel

 

scheert langs boom en rots

de lokroep van nest en nageslacht

het krijsen die kreet uit de leegte

van steeds verder weg geschreeuwd

 

alsof een woord gezocht

voor wat je van leven geleerd 

uit de sluimer tilt

 

een silhouet een heugenis

die schaduw pijnigt het hoofd

het breken van steen in leesbare tekens

 

een vraag naar bestemming

de lijn waarlangs hij landen kan.

 

Frans Terken (1949)