Poëzie

Taal is een belangrijke manier om ons te uiten en woorden geven helpt vaak om te begrijpen. Gedichten doe dat op een eigen manier. Woorden van de dichter kunnen je raken en jou aanspreken verwoorden wat er in je omgaat.

Hieronder een selectie van gedichten die elk op hun eigen wijze raken aan belangrijke levensthema’s.

Een goed gedicht is als een mooie droom,
het trekt je binnen en je merkt het nauwelijks;
Het draagt je moeiteloos door ruimte en tijd,
je kijkt en drinkt in het zicht van de vergetelheid,
en alsof je in je slaap had uitgerust,
word je verfrist van het heldere getij.

 

Emanuel Geibel
Duits dichter 1815-1884

Terug naar jezelf

Laat mij verzachten

als ik verhard.

Laat mij luisteren

als ik teveel spreek.

Tevoorschijn komen

als ik mij verstop.

Oordeelloos zijn

als ik in verwijten schiet.

Mijn waarheid zeggen

als ik mij aanpas.

Langzaam worden

als ik gejaagd ben.

Laat mij steeds meer

mijzelf vinden

als ik de ander zoek.

Onbekend

En het was op die leeftijd…

de poëzie was naar me op zoek

ik schreef de eerste vage regel neer,

vaag, onvast, pure nonsens,

pure wijsheid van wie niets weet

en ineens zag ik de hemel

opengaan en zich mededelen –

 

Pablo Neruda (1904-1973)

Ik aap het licht na en het lukt mij niet.
Ik blijf zo donker als een zwarte hoed.
Het licht loopt anders en heeft dat verschiet.
Waar ik wel zonder leven moet.
Ik ben te traag, maar als ik kon,
Liep ‘k ook met zeven bloemen in het witte haar.
Toch ben ik snel en toch ben ik van zon.
Er is iets in mij minstens even wonderbaar.

 

Pierre Kemp (1886-1967)

Zomers
Getint oranje zoemt
in mijn ogen
doorkruist slapend
de fruitige stilte

zwoel gras
glijdt van me af
als waterdruppels
langs koud glas

schuchter blikkend
om de hoek
nipt de zon me
windtunnelstrak aan

richt de dag zich op
in wolkloos blauw


een vlaag mist
dampt op van
lauwwarme grond
trilt lucht zomers

het is de warmte die me
aan haar doet laven
druk haar stevig
tegen me aan

kon ze maar voor altijd
bij me zijn.

 

Méland Langeveld
Uit: Zijwaarts springen

 

Vindplaats
soms
kom je
aan op plekken

waar je
nooit meer
wilt vertrekken

’t is
net alsof je
kennismaakt

met iets
dat je was
kwijtgeraakt

#taaltriggert

Onzekerheid

De spanning in mijn lijf
is niet te verdragen
Ik wil weten waar ik aan toe ben
Ik zit met zo veel vragen

Maar ik krijg geen antwoord
Mijn gedachten overheersen
Ieder scenario speel ik af
Ik laat ze me beheersen

Het hart klopt in mijn keel
Mijn ademhaling versnelt
Maar ik kom hier doorheen
Dat is het enige wat telt

www.veraschrijftpuur.nl

Er is nog zomer
genoeg
wat zou het
loodzwaar
tillen zijn, wat
een gezwoeg
als iedereen niet
iedereen
terwille was
als iedereen niet
iedereen
op handen droeg.

 

Judith Herzberg (1934)

Kunst

Wat we willen:
Momenten
Van helderheid
Of beter nog:  van grote
Klaarheid

Schaars zijn de momenten
En ook nog goed verborgen
Zoeken heeft dus
Nauwelijks zin, maar
Vinden wel.

Martin Bril

Bevestiging

Vandaag me enkele
uren verdiept
in de wijsheid
van Boeddha
en de gouden
verzen van Ceslaw Milosz.

Niet veel nieuws
geleerd.

Van mijn eigen
nietigheid
en de
vergankelijkheid van alles
was ik mij allang
bewust.

En dat de
geschiedenis van de mensheid
één lange
horrorstory is, maar er
gelukkig ook
poëzie en religie is.

Ik wist het.

Toch was het
prettig om één en ander
nog eens in
betrouwbare bronnen
bevestigd te
zien.

 

Leo Mesman

Doe mij maar simpel

Doe mij maar zacht

Doe mij maar klein

Ik wilde het ooit groots

Ik wilde passie en vuurwerk

Maar nu wil ik gewoon veilig zijn

 

Elmay Claassen

‘Als ik kijk naar de sterren.’ 
(Psalm 8,4)

Hoger
dan regenbogen
en brozer
dan rozen
hangen
er sterren
over de nacht.

Plots is er een
die lacht
van ver, zo ver,
en
maakt mij zacht.
En ik wacht.

 Jos Van den Broeck SJ (1922-2003)

Ik trok vandaag de zon aan
als een deken om mij heen
als een jas, een mooie gele
en ik straalde en ik scheen

Ik toverde een lach tevoorschijn
mijn wangen werden roze rood
ik trok vandaag de zon aan
en er verscheen een lach zo groot

De zon verdreef de boze buien
ze joeg weg de wolkenbui
Ik kon de wereld aan vandaag
want ik droeg de zon in mijn trui

 

Woordkunsten

Staren, staren

naar het water

meeuwen krijsen

af en aan.

 

Zomer, zomers

geluksmoment

dat nog uren

door mag gaan.

 

Peet

Zomer

Het land is warm.

De weg is wit.

Het duin is leeg.

De zee is stil.

De zon is grijs.

De dag is heel.

 

Gerrit Krol (1934-2013)

Oh, kon ik je maar de zon geven

met al haar warmte en licht

 

Oh, kon ik maar

een heel klein beetje

glans op jouw gezicht

laten schijnen

door voor eventjes

een licht te zijn

dan zou ik jou

hoe kort dan ook

bevrijden van de pijn

 

@Taallent/Cor Verkade

Hallo zon

en hallo dag
zullen we samen stralen

beginnen met een lach
zullen we beleven

verwonderen
gewoon dankbaar zijn

genieten van momenten
groot of best wel klein

 

Jip

Hoe kostbaar is een kwetsbaar mens

Verraadt ons aller angst zich niet

In wie het leven weerloos liet?

De glasglans stemt de blazer mild.

De kaarsvlam vormt de hand tot schild.

De krokus wijst beton zijn grens.

Hoe kostbaar is een kwetsbaar mens.

 

Okke Jager (1928-1992)

Onnavolgbaar
Rafelend licht weerkaatst de handen
als ribfluweel ligt de huid
in banen gedrapeerd
scheef hangt ze aan tafel
haar handen stuurloos
voor zich uitgestrekt
handen die teveel verstouwden
bij werk zonder woorden

nu zoeken die handen
naarstig naar woorden
wat eruit rolt
is ongrijpbaar anders
alsof die hardwerkende handen
voor het verkeerde beroep zijn gemaakt
geen zinnig gesprek valt er
met mijn moeder te voeren

ik schuif maar weer een hap
bij haar naar binnen
wacht geduldig op betere tijden
want heel soms pakken
die doorwrochte handen
de juiste woorden
uit de doos met letters
en begrijpen wij elkaar.

 

Méland Langeveld
Uit: Zijwaarts springen

twee zachte takken

gebarend in de zomerwind

soms naderen ze elkaar

dan wijken ze weer terug

en naderen weer

tot raken komt het niet.

 

J.C. van Schagen (1891-1985)

Kwetsbaar
Kwetsbaar ben ik
Maar niet breekbaar
Dat heb ik al wel laten zien
Ik ben kapot
Maar niet gebroken
Gevallen ben ik
Maar ook weer opgestaan
Tegenslag maakte mij sterker
Fouten leerden mij het leven
Door de liefde te omarmen
Ontmoette ik gemis
Kwetsbaar ben ik
Maar niet breekbaar
Het is juist mijn kwetsbaarheid
Die mij zo sterk maakt.

Brievenbusgeluk

ballerina-3055155

Dagdroom
Ik blaas een beetje hoop
En ik wapper wat vertrouwen

Voor jou schud ik moeiteloos
Het mooiste uit mijn mouwen

Dat pak ik in en stuur ik jou
Ik sein je moed en kracht

Ik dagdroom jou de sterren
En de zon die naar je lacht.

 

Liefsvanlauren.nl

Ik wil een woord, dat toovren kan

En tovert dat je bij mij bent

En me omhelst, mij, dunne maan.

Ik roep je en je komt maar niet!

Want woorden woorden woorden toovren niet.

 

Vasalis (1909-1998)

Uit: Vergezichten en gezichten

Lentewind

Lijn 3 knerpt de bocht door
zeilt onderlangs het open raam,
blijmoedig fluit de merel (m)
op een in onbruik geraakte
arm van een tv-antenne,
pleingeluiden dolen af
naar een wolkeloze dag

vandaag oogt het plein
als een volleerde jongleur,
op zomerhoogte gespelde jurken
fladderen in de vroege wind,
kastanjeknoppen knappen
ongevraagd uit hun basten

vandaag voelt als de geboorte
van mijn eerste
kwetsbaar huilend
bij het wassen in de kuip,
haar lege hoofd zonder gedachten
enkel groeien als het voorjaar.

Méland Langeveld

Uit: Zijwaarts springen

In jouw gezicht
zie ik de winter
maar ik wéét dat daar onder
ook de zomer ligt

ook al geloof jij
dat er niets meer in jou zit
dan alleen de herfst
het gaat ooit voorbij

omdat de lente
haar eerste zaadjes al
heeft geplant

ik zie je groeien
en wacht tot ik mag zien
hoe je gaat bloeien

Ingrid Kooij

Het feest van de lente

Alles lijkt nog zo dood, maar dat duurt nog maar even
Dan komt alles wat dood leek weer langzaam tot leven

Beschut voor de koude, de sneeuw en de wind
Diep weggestopt, in het donker, is waar het nieuwe leven begint

Wanneer de eerste zonnestralen de knoppen omarmen
En de warmte en het licht het jonge leven verwarmen

Zullen langzaam de jonge knoppen gaan ontluiken
En de warmte en licht als voeding gebruiken

Jong leven zal de aarde met
hun speelsheid verblijden
Plots lijken oneindige sombere en donkere tijd

 

Ineens te verdwijnen, alsof er een wonder is verricht
Dat lieve mensen is de kracht van het licht

Zo is het ook in ons aards bestaan
Vreugde en vrijheid zullen in het donker ontstaan

Zie het als een rustperiode in jouw leven
Dan zal de zon, de warmte en het licht je voeding geven

Die je nodig zult hebben om te ontluiken, om te groeien
Je bent als een rozenknop die in al zijn schoonheid zal bloeien.

Onbekend

Een merel

Er is iets in de zang van een merel
het is voorjaar, je wordt wakker

je ligt te denken in de nacht
het raam staat open – er is iets

waarvan die vogel zingt
en je denkt aan wat je moet opgeven

er is iets in je dat leeg is en het stroomt vol
met het zingen van de merel.

 

Rutger Kopland (1934-2012)

Zodra de lente

komt weet ik

dat het beter

gaat omdat de kou

naast de lucht

ook mijn lijf en geest

verlaat.

 

Quin Kempees

Daar, in de kilte van de morgen
is er een woord dat je omarmt:
‘Vrees niet’.
Het komt je tegemoet in haast nog onbreekbaar licht.

Vertrouw.
Er is meer dan je ziet.
Een weergaloos gedicht
van duizendvoudig leven.

 

Kris Gelaude (1943)

Oogopslag

Zoals een vogel op zijn eerste vlucht

de wijdte van de lucht al kent

maar niet de plek van landen

zo wisten wij.

 

Huub Oosterhuis (1933)

Samenvallen

Stond laatst tegen een plataan te hangen
en voelde een intens verlangen één te zijn, 
samen te vallen
met alles.

Alles? Nou ja, je snapt
dat die klier van groep 4
niet in alles past….

Ik bedoel: gesteund door die reus
keek ik omhoog. Een keus aan kleur,
een geel, goud, oranje,
rood takkenwoud waarin
ik heel even werd opgetild.

Toen ging de bel.

Ymkje Swart

Mijn wit plafond en ik,

wij ontwaken weer tezamen.

Het bedmetaal en ik,

Wij scheiden minnaars van elkaar.

‘k Heb niemand nodig. Kijk,

Hoe ik de theekop stevig kus.

Ik wijdopen dode ramen

En je geur is buitenlucht.

 

Ramsey Nasr (1974)

Nu
Soms denk ik over het leven
soms denk ik over de toekomst,
soms denk ik over toen,
maar meestal denk ik over nu.

Ik geniet van nu,
ik waardeer nu,
maar nu is niet altijd even makkelijk.

Soms lijkt het alsof de zon
nooit meer gaat schijnen
en de wolken maar niet verdwijnen.

Totdat ik dat straaltje voel,
dat ene straaltje,
een straaltje van warmte
branden op mijn rug.

Het donker verkleint, het licht schijnt
en een gloed omheind.

Op die momenten ben ik blij met nu,
geniet van nu
en geloof in nu.

Ilana  

Mijn verhaal – Leven met niet-aangeboren hersenletsel – ikbenilana

Winter

Winter. Je ziet weer bomen
door het bos, en dit licht
is geen licht, maar inzicht:
er is niets nieuws onder de zon.

En toch is ook de nacht niet
uitzichtloos, zolang er sneeuw ligt
is het nooit volledig duister, nee,
er is klaarte van een soort geloof
dat het nooit helemaal donker wordt.

Zolang er sneeuw is, is er hoop.

Herman de Coninck (1944-1997)

Laat licht

Het wordt al dunner in de lucht en ijler,
korter licht,
lagere zon,
en langzaam komt het naderbij,
het blauwe licht van niet meer bang te hoeven zijn.

Wij kunnen schuilen in eenvoudigheid,
in volheid en warmte van de winter,
het overschatten moe
en dichterbij wanneer de zon is uitgegloeid.

Chris. J. van Geel (1917-1974)

Winterbos

De bomen staan te slapen

met sneeuwpantoffels aan.

Ze dragen witte mouwen

die glimmen in de zon,

die glanzen in de maan.

Diep in hun koude hout

ligt lente opgevouwen.

Daar worden in hun dromen

de jaren doorgebladerd

die komen en die gaan.

 

Judy Elfferich (1957)

Kleine stemmen

Sneeuw is regen
die het koud heeft,
druppels
met een jasje aan.
Is miljoenen
witte zoenen.
Is kleine stemmen
achter de ruiten:
Kom. Kom mee
naar buiten.

Gil vander Heyden (1937)

Grijs is niet altijd negatief,

het helpt soms juist misschien,

in contrast en perspectief

andere kleuren beter zien.

 

Martin Gijzemijter (1979)

Zwijgende man

Wie wat wil zeggen
heeft winter nodig
kale takken zonder blad

Spoor van vogels niet
hun fluiten water
ongenaakbaar hard en glad

Wie dat wil
heeft in zijn ogen iets gespaard
dat kijken heet

Wie dat kan
weet in zijn zwijgen
wat hij zegt
het best bewaard

 

Bernlef (1937-2012)

 

Nooit heb ik het warm gekregen,

door te piekeren over kou.

Met een muts op daarentegen

zijn mijn oren minder blauw.

 

Martin Gijzemijter (1979)

Bijna ongemerkt
vloeit lente over
in zomer van
herfst
naar winter.
Bijna ongemerkt
maar immer
exact
als de tijd daar
rijp voor is.

Onbekend

Ik leef

‘Ik leef’, zei ik, ‘ik leef en ik hoorde dat ik het zei
maar plots’ling dacht ik: ‘Neen, niet ik maar er leeft ‘iets’ in mij…’.
het is dat wonderbaarlijk ‘iets’ dat zorgt dat ik besta
en ik? nou ja, ik ben er wel
maar ach… ik kom en ga
want als mijn ‘tikje’ niet meer slaat dan staat mijn ‘ikje’ stop
maar het grote ‘iets’ dat blijft en blijft
het ‘iets’ dat houdt niet op
en of ik zing of fluit of fiets
rechtop zit in mijn bed
ik voel van binnen steeds dat ‘iets’ mij in beweging zet.

Toon Hermans (1916-2000)

In gedachten
In een kleurig herfstbos
stond ik stil en wachtte.
Een bladje valt op het mos,
onderbreekt mijn gedachten.

Ik zie de gouden kleuren
en een web van ragfijn draad.
Verwonderd kijk ik ernaar
terwijl ik daar zo stilletjes sta.

Ik laat het mooiste boven
komen
en raak het voorzichtig aan.
Zo zou het dan, in mijn dromen
voor eeuwig moeten blijven bestaan.

Els Heldens

Herfst

Tijd van loslaten

wat niet meer past

als bladeren

 

Verdord bruin met broze nerven

je laat ze achter

omdat dat zoveel lichter maakt

 

Diep oranje, geel en rood

een palet aan warme herinneringen

waarvan je met weemoed afscheid neemt

 

Wat rest een stevige stam

diepgeworteld

storm en regen trotserend

 

Een wereld aan nieuwe seizoenen

aan je voeten

Same Geek

Verdrietig kind,

Verdrietig gedicht

Ik ben de herfst
Ik ben de regen
Ik ben de storm.

Zoek mij maar op,
ik sta in alle gedichten.

Houd mij maar vast,
ik heb het koud en ik ben moe,

en nog zoveel bladeren overal.

 

Toon Tellegen (1941)

Stem van de herfstregen

Wees niet bevreesd wanneer de vlagen gaan

rondom uw huis – het is uw aards verblijf.

Wees niet bevreesd als ziekte u komt slaan –

Uw lichaam was altijd een aards verblijf.

Zonder bekommernis laat u ontgaan

roem, eer en staat, zij zijn een aards bedrijf.

Maar wees bevreesd wanneer de tranen gaan,

de bevende, om wat is aangedaan

door u.

De liefde is uw eeuwig verblijf.

 

Ida Gerhardt (1905-1997)

In de herfst

Hol en leeg van verlangen

en de gele amber en bomen

de groene en barnstenen stammen.

 

Het licht hangt stil in de blaren.

 

Mijn hart is te veel geopend,

te veel in het licht gevangen

in de wolken lichte gevaren…

Een pijndoend, schrijnend dromen

weg van mijzelf te komen.

En eigenlijk zo wanhopend.

 

M. Vasalis (1909-1998)

Uit: Parken en Woestijnen

Soms, een enkele keer,

met heel veel moeite en voornamelijk toevallig,

lukt het iemand

om met beide armen zijn verdriet te omvatten.

Hij tilt het op

Laat de deur niet op slot zijn nu…

Hij duwt hem open met zijn knie

en loopt met grote breedsporige passen naar buiten.

Kijk uit! roept hij

want het verdriet is zo groot dat hij er niet overheen kan kijken,

en doorzichtig is het nooit.

Ver weg, in een sloot of op een drassige plek

onder populieren

of achter een scheve schutting tussen autobanden,

speelgoed, resten van een vuur,

gooit hij het neer

 

en fluitend loopt hij naar huis.

 

Toon Tellegen (1941)

Eigen weg


Laat mij nou mijn eigen weg maar gaan
Ook al zijn er heel wat beet’re wegen
Door het dal of door het gebergte gaan
Met de wind mee of met de wind tegen
Op blote voeten of met schoenen aan
Langs de rivier of er doorheen
Stroomopwaarts zal ik moeten gaan
Samen met jou of weer alleen
En ook al weet ik echt niet
Waarheen vandaag mijn weg zal gaan
En waarom ik deze heb genomen
Maar als ik een kathedraal zie staan
Moet ik in de klokkentoren komen
Laat mij nou mijn weg maar gaan
Ook al zijn er heel wat beet’re wegen
Jagend achter de liefde aan
En God wie weet kom ik jou tegen.

Liselore Gerritsen (1937-2020)

Wij weten nooit hoe hoog wij zijn
tot men ons vraagt te staan.
En als het zo is voorbestemd raakt ons formaat de hemel aan –

De heldenmoed door ons verhaald
zou niets bijzonders zijn
als wij niet voorover bogen
uit angst een vorst te zijn.

Emily Dickinson (1830-1886)

Ziekenbezoek

Mijn vader had een lang uur zitten zwijgen bij mijn bed. Toen hij zijn hoed had opgezet zei ik, nou, dit gesprek is makkelijk te resumeren.

Nee, zei hij, nee toch niet, je moet het maar eens proberen.


Judith Herzberg
(1934)

O, ik weet het niet

O ik weet het niet, maar besta, wees mooi. 

zeg: kijk een vogel en leer me de vogel zien.

zeg: het leven is een brood om in te bijten en de appels zien rood van plezier, en nog, en nog, zeg iets.

leer me huilen, en als ik huil leer me zeggen: het is niets.

 

Herman de Coninck (1944-1997)

Het is hoe je zomer in je hoofd krijgt
je trekt je terug om rust te vinden
een kloostertuin waar contemplatie
tussen stenen voor het oprapen ligt
je legt je hoofd op een verweerde kei
laat het waaien aan zuiden wind
hij verdrijft duistere gedachten
als pluisjes van de paardenbloem
je vangt ze in je hand
dompelt ze onder in koud water
hoe dan het licht zich schikt
van nachtzwart.

 

Frans Terken (1949)

Broos

Vandaag oogt ze 
sterflijker dan ooit
zittend op haar rollator 
in het kind verdwaald
hangen haar fragiele voetjes 
net niet tot aan de grond
vandaag drapeert
verwarring haar geheugen
haar wandelkaart sluit
niet langer aan
op de paden die ze
zichzelf toevertrouwde
vandaag voert de nacht
haar naar de overkant
diepgevroren wolken
sluieren de maan
zoet kijkt ze me
nog even aan.

Méland Langeveld

Uit: Zijwaarts springen

Meer

Er is vandaag weer veel meer dan er is,
m
aar wat het is, ik kan het je niet zeggen.
Er is geen uitleg voor, niets dan dit inzicht
in een temeer,
een oeroud veel teveel.
Zie ik het niet, ik zie het als tekort
en houdt het op, ik voel het als gemis.
Meer weet ik niet, meer kan ik je niet zeggen.
En die het weten, die vertrouw ik niet.
 

Richard Schuagt (1928-1988)

Je mag zijn zoals je bent

om te worden wie je bent,

maar nog niet kunt zijn;

en je mag het worden

op jouw manier

en in jouw tijd.

Anna A. Terruwe (1911-2004)

Uit steen

Je hebt steen in je handen
houwt er een vogel uit
blaast adem die het lijfje bolt
zo verlost valt en valt hij
tuimelt in een vlucht naar beneden
proeft het bloed in zijn veren
wiekt dan op cirkelt omhoog
verkent de nacht de opwaartse warmte
een zich wijder openend uitspansel
scheert langs boom en rots
de lokroep van nest en nageslacht
het krijsen die kreet uit de leegte
van steeds verder weg geschreeuwd
alsof een woord gezocht
voor wat je van leven geleerd 
uit de sluimer tilt
een silhouet een heugenis
die schaduw pijnigt het hoofd
het breken van steen in leesbare tekens
een vraag naar bestemming
de lijn waarlangs hij landen kan.

Frans Terken (1949)