Poëzie

Taal is een belangrijke manier om ons te uiten en woorden geven helpt vaak om te begrijpen. Gedichten doe dat op een eigen manier. Woorden van de dichter kunnen je raken en jou aanspreken verwoorden wat er in je omgaat.

Hieronder een selectie van gedichten die elk op hun eigen wijze raken aan belangrijke levensthema’s.

Een goed gedicht is als een mooie droom,
het trekt je binnen en je merkt het nauwelijks;
Het draagt je moeiteloos door ruimte en tijd,
je kijkt en drinkt in het zicht van de vergetelheid,
en alsof je in je slaap had uitgerust,
word je verfrist van het heldere getij.

 

Emanuel Geibel
Duits dichter 1815-1884

Hoe kostbaar is een kwetsbaar mens

Verraadt ons aller angst zich niet

In wie het leven weerloos liet?

De glasglans stemt de blazer mild.

De kaarsvlam vormt de hand tot schild.

De krokus wijst beton zijn grens.

Hoe kostbaar is een kwetsbaar mens.

 

Okke Jager (1928-1992)

Onnavolgbaar
Rafelend licht weerkaatst de handen
als ribfluweel ligt de huid
in banen gedrapeerd
scheef hangt ze aan tafel
haar handen stuurloos
voor zich uitgestrekt
handen die teveel verstouwden
bij werk zonder woorden

nu zoeken die handen
naarstig naar woorden
wat eruit rolt
is ongrijpbaar anders
alsof die hardwerkende handen
voor het verkeerde beroep zijn gemaakt
geen zinnig gesprek valt er
met mijn moeder te voeren

ik schuif maar weer een hap
bij haar naar binnen
wacht geduldig op betere tijden
want heel soms pakken
die doorwrochte handen
de juiste woorden
uit de doos met letters
en begrijpen wij elkaar.

 

Méland Langeveld
Uit: Zijwaarts springen

twee zachte takken

gebarend in de zomerwind

soms naderen ze elkaar

dan wijken ze weer terug

en naderen weer

tot raken komt het niet.

 

J.C. van Schagen (1891-1985)

Kwetsbaar
Kwetsbaar ben ik
Maar niet breekbaar
Dat heb ik al wel laten zien
Ik ben kapot
Maar niet gebroken
Gevallen ben ik
Maar ook weer opgestaan
Tegenslag maakte mij sterker
Fouten leerden mij het leven
Door de liefde te omarmen
Ontmoette ik gemis
Kwetsbaar ben ik
Maar niet breekbaar
Het is juist mijn kwetsbaarheid
Die mij zo sterk maakt.

Brievenbusgeluk

ballerina-3055155

Dagdroom
Ik blaas een beetje hoop
En ik wapper wat vertrouwen

Voor jou schud ik moeiteloos
Het mooiste uit mijn mouwen

Dat pak ik in en stuur ik jou
Ik sein je moed en kracht

Ik dagdroom jou de sterren
En de zon die naar je lacht.

 

Liefsvanlauren.nl

Ik wil een woord, dat toovren kan

En tovert dat je bij mij bent

En me omhelst, mij, dunne maan.

Ik roep je en je komt maar niet!

Want woorden woorden woorden toovren niet.

 

Vasalis (1909-1998)

Uit: Vergezichten en gezichten

Lentewind

Lijn 3 knerpt de bocht door
zeilt onderlangs het open raam,
blijmoedig fluit de merel (m)
op een in onbruik geraakte
arm van een tv-antenne,
pleingeluiden dolen af
naar een wolkeloze dag

vandaag oogt het plein
als een volleerde jongleur,
op zomerhoogte gespelde jurken
fladderen in de vroege wind,
kastanjeknoppen knappen
ongevraagd uit hun basten

vandaag voelt als de geboorte
van mijn eerste
kwetsbaar huilend
bij het wassen in de kuip,
haar lege hoofd zonder gedachten
enkel groeien als het voorjaar.

Méland Langeveld

Uit: Zijwaarts springen

In jouw gezicht
zie ik de winter
maar ik wéét dat daar onder
ook de zomer ligt

ook al geloof jij
dat er niets meer in jou zit
dan alleen de herfst
het gaat ooit voorbij

omdat de lente
haar eerste zaadjes al
heeft geplant

ik zie je groeien
en wacht tot ik mag zien
hoe je gaat bloeien

Ingrid Kooij

Het feest van de lente

Alles lijkt nog zo dood, maar dat duurt nog maar even
Dan komt alles wat dood leek weer langzaam tot leven

Beschut voor de koude, de sneeuw en de wind
Diep weggestopt, in het donker, is waar het nieuwe leven begint

Wanneer de eerste zonnestralen de knoppen omarmen
En de warmte en het licht het jonge leven verwarmen

Zullen langzaam de jonge knoppen gaan ontluiken
En de warmte en licht als voeding gebruiken

Jong leven zal de aarde met
hun speelsheid verblijden
Plots lijken oneindige sombere en donkere tijd

Ineens te verdwijnen, alsof er een wonder is verricht
Dat lieve mensen is de kracht van het licht

Zo is het ook in ons aards bestaan
Vreugde en vrijheid zullen in het donker ontstaan

Zie het als een rustperiode in jouw leven
Dan zal de zon, de warmte en het licht je voeding geven

Die je nodig zult hebben om te ontluiken, om te groeien
Je bent als een rozenknop die in al zijn schoonheid zal bloeien.

 

Onbekend

Een merel

Er is iets in de zang van een merel
het is voorjaar, je wordt wakker

je ligt te denken in de nacht
het raam staat open – er is iets

waarvan die vogel zingt
en je denkt aan wat je moet opgeven

er is iets in je dat leeg is en het stroomt vol
met het zingen van de merel.

 

Rutger Kopland (1934-2012)

Zodra de lente

komt weet ik

dat het beter

gaat omdat de kou

naast de lucht

ook mijn lijf en geest

verlaat.

 

Quin Kempees

Daar, in de kilte van de morgen
is er een woord dat je omarmt:
‘Vrees niet’.
Het komt je tegemoet in haast nog onbreekbaar licht.

Vertrouw.
Er is meer dan je ziet.
Een weergaloos gedicht
van duizendvoudig leven.

 

Kris Gelaude (1943)

Oogopslag

Zoals een vogel op zijn eerste vlucht

de wijdte van de lucht al kent

maar niet de plek van landen

zo wisten wij.

 

Huub Oosterhuis (1933)

Samenvallen

Stond laatst tegen een plataan te hangen
en voelde een intens verlangen één te zijn, 
samen te vallen
met alles.

Alles? Nou ja, je snapt
dat die klier van groep 4
niet in alles past….

Ik bedoel: gesteund door die reus
keek ik omhoog. Een keus aan kleur,
een geel, goud, oranje,
rood takkenwoud waarin
ik heel even werd opgetild.

Toen ging de bel.

Ymkje Swart

Mijn wit plafond en ik,

wij ontwaken weer tezamen.

Het bedmetaal en ik,

Wij scheiden minnaars van elkaar.

‘k Heb niemand nodig. Kijk,

Hoe ik de theekop stevig kus.

Ik wijdopen dode ramen

En je geur is buitenlucht.

 

Ramsey Nasr (1974)

Nu

Soms denk ik over het leven
soms denk ik over de toekomst,
soms denk ik over toen,
maar meestal denk ik over nu.

Ik geniet van nu,
ik waardeer nu,
maar nu is niet altijd even makkelijk.

Soms lijkt het alsof de zon
nooit meer gaat schijnen
en de wolken maar niet verdwijnen.

Totdat ik dat straaltje voel,
dat ene straaltje,
een straaltje van warmte
branden op mijn rug.

Het donker verkleint, het licht schijnt
en een gloed omheind.

Op die momenten ben ik blij met nu,
geniet van nu
en geloof in nu.

Ilana  

Mijn verhaal – Leven met niet-aangeboren hersenletsel – ikbenilana

Winter

Winter. Je ziet weer bomen

door het bos, en dit licht

is geen licht, maar inzicht:

er is niets nieuws onder de zon.

En toch is ook de nacht niet

uitzichtloos, zolang er sneeuw ligt

is het nooit volledig duister, nee,

er is klaarte van een soort geloof

dat het nooit helemaal donker wordt.

Zolang er sneeuw is, is er hoop.

 

Herman de Coninck (1944-1997)

Laat licht

Het wordt al dunner in de lucht en ijler,

korter licht,

lagere zon,

en langzaam komt het naderbij,

het blauwe licht van niet meer bang te hoeven zijn.

Wij kunnen schuilen in eenvoudigheid,

in volheid en warmte van de winter,

het overschatten moe

en dichterbij wanneer de zon is uitgegloeid.

 

Chris. J. van Geel (1917-1974)

Winterbos

De bomen staan te slapen

met sneeuwpantoffels aan.

Ze dragen witte mouwen

die glimmen in de zon,

die glanzen in de maan.

Diep in hun koude hout

ligt lente opgevouwen.

Daar worden in hun dromen

de jaren doorgebladerd

die komen en die gaan.

 

Judy Elfferich (1957)

Kleine stemmen

Sneeuw is regen

die het koud heeft,

druppels

met een jasje aan.

Is miljoenen

witte zoenen.

Is kleine stemmen

achter de ruiten:

Kom. Kom mee

naar buiten.

 

Gil vander Heyden (1937)

Grijs is niet altijd negatief,

het helpt soms juist misschien,

in contrast en perspectief

andere kleuren beter zien.

 

Martin Gijzemijter (1979)

Zwijgende man

Wie wat wil zeggen
heeft winter nodig
kale takken zonder blad

Spoor van vogels niet
hun fluiten water
ongenaakbaar hard en glad

Wie dat wil
heeft in zijn ogen iets gespaard
dat kijken heet

Wie dat kan
weet in zijn zwijgen
wat hij zegt
het best bewaard

 

Bernlef (1937-2012)

 

Nooit heb ik het warm gekregen,

door te piekeren over kou.

Met een muts op daarentegen

zijn mijn oren minder blauw.

 

Martin Gijzemijter (1979)

Bijna ongemerkt

vloeit lente over

in zomer van

herfst

naar winter.

 

Bijna ongemerkt

maar immer

exact

als de tijd daar

rijp voor is.

 

Onbekend

Ik leef

‘Ik leef’, zei ik, ‘ik leef en ik hoorde dat ik het zei
maar plots’ling dacht ik: ‘Neen, niet ik maar er leeft ‘iets’ in mij…’.
het is dat wonderbaarlijk ‘iets’ dat zorgt dat ik besta
en ik? nou ja, ik ben er wel
maar ach… ik kom en ga
want als mijn ‘tikje’ niet meer slaat dan staat mijn ‘ikje’ stop
maar het grote ‘iets’ dat blijft en blijft
het ‘iets’ dat houdt niet op
en of ik zing of fluit of fiets
rechtop zit in mijn bed
ik voel van binnen steeds dat ‘iets’ mij in beweging zet.

Toon Hermans (1916-2000)

In gedachten

In een kleurig herfstbos

stond ik stil en wachtte.

Een bladje valt op het mos,

onderbreekt mijn gedachten.

Ik zie de gouden kleuren

en een web van ragfijn draad.

Verwonderd kijk ik ernaar

terwijl ik daar zo stilletjes sta.

Ik laat het mooiste boven komen

en raak het voorzichtig aan.

Zo zou het dan, in mijn dromen

voor eeuwig moeten blijven bestaan.

Els Heldens

Herfst

Tijd van loslaten

wat niet meer past

als bladeren

 

Verdord bruin met broze nerven

je laat ze achter

omdat dat zoveel lichter maakt

 

Diep oranje, geel en rood

een palet aan warme herinneringen

waarvan je met weemoed afscheid neemt

 

Wat rest een stevige stam

diepgeworteld

storm en regen trotserend

 

Een wereld aan nieuwe seizoenen

aan je voeten

 

 

Same Geek

Verdrietig kind,

Verdrietig gedicht

Ik ben de herfst
Ik ben de regen
Ik ben de storm.

Zoek mij maar op,
ik sta in alle gedichten.

Houd mij maar vast,
ik heb het koud en ik ben moe,

en nog zoveel bladeren overal.

 

Toon Tellegen (1941)

Stem van de herfstregen

Wees niet bevreesd wanneer de vlagen gaan

rondom uw huis – het is uw aards verblijf.

Wees niet bevreesd als ziekte u komt slaan –

Uw lichaam was altijd een aards verblijf.

Zonder bekommernis laat u ontgaan

roem, eer en staat, zij zijn een aards bedrijf.

Maar wees bevreesd wanneer de tranen gaan,

de bevende, om wat is aangedaan

door u.

De liefde is uw eeuwig verblijf.

 

Ida Gerhardt (1905-1997)

In de herfst

Hol en leeg van verlangen

en de gele amber en bomen

de groene en barnstenen stammen.

 

Het licht hangt stil in de blaren.

 

Mijn hart is te veel geopend,

te veel in het licht gevangen

in de wolken lichte gevaren…

Een pijndoend, schrijnend dromen

weg van mijzelf te komen.

En eigenlijk zo wanhopend.

 

M. Vasalis

Uit: Parken en Woestijnen

Soms, een enkele keer,

met heel veel moeite en voornamelijk toevallig,

lukt het iemand

om met beide armen zijn verdriet te omvatten.

Hij tilt het op

Laat de deur niet op slot zijn nu…

Hij duwt hem open met zijn knie

en loopt met grote breedsporige passen naar buiten.

Kijk uit! roept hij

want het verdriet is zo groot dat hij er niet overheen kan kijken,

en doorzichtig is het nooit.

Ver weg, in een sloot of op een drassige plek

onder populieren

of achter een scheve schutting tussen autobanden,

speelgoed, resten van een vuur,

gooit hij het neer

 

en fluitend loopt hij naar huis.

 

Toon Tellegen

Eigen weg

 

Laat mij nou mijn eigen weg maar gaan
Ook al zijn er heel wat beet’re wegen
Door het dal of door het gebergte gaan
Met de wind mee of met de wind tegen
Op blote voeten of met schoenen aan
Langs de rivier of er doorheen
Stroomopwaarts zal ik moeten gaan
Samen met jou of weer alleen
En ook al weet ik echt niet
Waarheen vandaag mijn weg zal gaan
En waarom ik deze heb genomen
Maar als ik een kathedraal zie staan
Moet ik in de klokkentoren komen
Laat mij nou mijn weg maar gaan
Ook al zijn er heel wat beet’re wegen
Jagend achter de liefde aan
En God wie weet kom ik jou tegen.

 

Liselore Gerritsen (1937-2020)

Wij weten nooit hoe hoog wij zijn tot men ons vraagt te staan. En als het zo is voorbestemd raakt ons formaat de hemel aan –

De heldenmoed door ons verhaald zou niets bijzonders zijn als wij niet voorover bogen uit angst een vorst te zijn.

Emily Dickinson (1830-1886)

Ziekenbezoek

Mijn vader had een lang uur zitten zwijgen bij mijn bed. Toen hij zijn hoed had opgezet zei ik, nou, dit gesprek is makkelijk te resumeren.

Nee, zei hij, nee toch niet, je moet het maar eens proberen.

Judith Herzberg (1934)

O, ik weet het niet

O ik weet het niet, maar besta, wees mooi. 

zeg: kijk een vogel en leer me de vogel zien.

zeg: het leven is een brood om in te bijten en de appels zien rood van plezier, en nog, en nog, zeg iets.

leer me huilen, en als ik huil leer me zeggen: het is niets.

 

Herman de Coninck

Het is hoe je zomer in je hoofd krijgt

je trekt je terug om rust te vinden

een kloostertuin waar contemplatie

tussen stenen voor het oprapen ligt

je legt je hoofd op een verweerde kei

laat het waaien aan zuiden wind

hij verdrijft duistere gedachten

als pluisjes van de paardenbloem

je vangt ze in je hand

dompelt ze onder in koud water

hoe dan het licht zich schikt

van nachtzwart.

 

Frans Terken (1949)

Broos

Vandaag oogt ze 

sterflijker dan ooit

zittend op haar rollator 

in het kind verdwaald

hangen haar fragiele voetjes 

net niet tot aan de grond

 

vandaag drapeert

verwarring haar geheugen

haar wandelkaart sluit

niet langer aan

op de paden die ze

zichzelf toevertrouwde

 

vandaag voert de nacht

haar naar de overkant

diepgevroren wolken

sluieren de maan

zoet kijkt ze me

nog even aan.

 

Méland Langeveld

Uit: Zijwaarts springen

Je mag zijn zoals je bent

om te worden wie je bent,

maar nog niet kunt zijn;

en je mag het worden

op jouw manier

en in jouw tijd.

 

Anna A. Terruwe

Meer

Er is vandaag weer veel meer dan er is,

Maar wat het is, ik kan het je niet zeggen.

Er is geen uitleg voor, niets dan dit inzicht

in een temeer,

een oeroud veel teveel.

Zie ik het niet, ik zie het als tekort

en houdt het op, ik voel het als gemis.

Meer weet ik niet, meer kan ik je niet zeggen.

En die het weten, die vertrouw ik niet.

 

Richard Schuagt (1928-1988)

Levensweg

Vele wegen kent het leven, maar van al die wegen

is er één die jij te gaan hebt.

Die ene is voor jou. Die ene slechts.

En of je wilt of niet, die weg heb jij te gaan.

De keuze is dus niet de weg, want die koos jou.

De keuze is de wijze hoe die weg te gaan.

Met onwil om de kuilen en de stenen

met verzet omdat de zon een

die door ravijnen gaat, haast niet bereiken kan.

Of met de wil om aan het einde van die weg

milder te zijn, en wijzer, dan aan het begin.

De weg koos jou, kies jij ook hem?

Uit steen

Je hebt steen in je handen

houwt er een vogel uit

blaast adem die het lijfje bolt

 

zo verlost valt en valt hij

tuimelt in een vlucht naar beneden

proeft het bloed in zijn veren

 

wiekt dan op cirkelt omhoog

verkent de nacht de opwaartse warmte

een zich wijder openend uitspansel

 

scheert langs boom en rots

de lokroep van nest en nageslacht

het krijsen die kreet uit de leegte

van steeds verder weg geschreeuwd

 

alsof een woord gezocht

voor wat je van leven geleerd 

uit de sluimer tilt

 

een silhouet een heugenis

die schaduw pijnigt het hoofd

het breken van steen in leesbare tekens

 

een vraag naar bestemming

de lijn waarlangs hij landen kan.

 

Frans Terken (1949)